Samen de schouders eronder: Thomas Regout pakt verduurzaming voortvarend aan
“We willen samen zonne-energie opwekken, opslaan en slim verdelen. Als het ene bedrijf minder stroom nodig heeft, kan een ander die gebruiken. Zo helpen we elkaar."
Thomas Regout is een van de oudste bedrijven van Nederland. Het bedrijf bestaat sinds 1834 en is sinds 1905 gevestigd aan de Industrieweg in Maastricht. Veel oudere Maastrichtenaren kennen het nog als de Spijkerfabriek. Tegenwoordig bestaat de Regout Group uit 5 bedrijven die onder meer ladegeleiders, hoogteverstelbare monitorsystemen, gordijnrails en gereedschappen voor de vliegtuigindustrie produceren. Bijna 300 medewerkers werken er dagelijks aan kwaliteitsproducten én aan een duurzame toekomst. Dat doen ze samen met de gemeente en andere ondernemers op bedrijventerrein Bosscherveld.
“Als productiebedrijf is het elke dag hard werken om concurrerend te blijven in een internationale markt. Lange tijd stond energie niet bovenaan onze lijst,” zegt duurzaamheidsmanager Ruud Keulen. “Maar onder meer door de oorlog in Oekraïne zagen we hoe de stijging van de energiekosten een grote invloed had op onze productiekosten. Sindsdien hoort energiemanagement bij ons dagelijks beleid.”
Op weg naar een klimaatneutrale fabriek
Het doel van Thomas Regout is duidelijk: in 2030 moet de locatie in Maastricht klimaatneutraal zijn, zowel de gebouwen als de productieprocessen. “We hebben al veel energiebesparende maatregelen genomen. En dit jaar wordt een proces uitgefaseerd dat verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van ons energieverbruik, zowel elektriciteit als gas,” vertelt Ruud. “Daarmee reduceren we jaarlijks honderden tonnen CO₂-uitstoot. Als we onze gebouwen goed willen klimatiseren, gebruiken we wel 40 procent meer elektriciteit.” Daarom vroeg het bedrijf een paar jaar geleden een uitbreiding aan bij netbeheerder Enexis. “Maar we kregen te horen dat dat op z’n vroegst in 2028 kan,” vertelt bestuurder Leon Moonen. “We wilden dat niet afwachten en zijn zelf op zoek gegaan naar oplossingen.”
Slim omgaan met energie
Inmiddels liggen er zonnepanelen op het dak, die de helft van de benodigde stroom leveren. Ruud: “Met slimme sensoren en meetsystemen meten we precies wat we verbruiken en opwekken. Binnenkort komen er ook panelen op het betonnen deksel van het bergbezinkbassin van de naastgelegen waterzuivering, een terrein van de gemeente. Zo verdubbelen we onze stroomproductie. We onderzoeken nog andere mogelijke bronnen, zoals restwarmte en waterkracht.”
Samen sterker op Bosscherveld
Volgens Ruud en Leon ligt de kracht in samenwerking. “Op bedrijventerrein Bosscherveld werken we met 5 bedrijven aan een lokale energiehub,” legt Ruud uit. “We willen samen zonne-energie opwekken, opslaan en slim verdelen. Als het ene bedrijf minder stroom nodig heeft, kan een ander die gebruiken. Zo helpen we elkaar. Zo’n lokale oplossing is makkelijker én beter dan het net verzwaren. Alleen, de landelijke regelgeving laat dat nu nog niet toe. Zolang we niet mogen (terug)leveren aan elkaar, blijft het potentieel onbenut. Dat moet echt veranderen.”
Samen met de gemeente
De gemeente Maastricht ondersteunt de bedrijven actief bij hun verduurzamingsslag. Dat gebeurt via een uitgebreid dienstenpakket, met onder andere een duurzaamheidsmakelaar, gebiedsregisseur, een specialist voor laadpalen en subsidies. Zo wordt meegedacht over opwek, opslag en samenwerking, en krijgen bedrijven de mogelijkheid om concrete stappen te zetten. “De gemeente is voor ons een waardevolle partner,” vinden beiden. “Ze kijken niet alleen naar regels, maar vooral naar wat wél kan. Dankzij de afspraken over het gebruik van het bassin konden we grote stappen zetten.”
Trots op de toekomst
De weg naar een klimaatneutrale fabriek is lang, maar de richting is duidelijk. “Als ondernemer moet je niet afwachten, maar doen en lef tonen,” zegt Ruud. “Dat is altijd onze kracht geweest. Alleen samen kom je verder - met andere bedrijven én met de gemeente. We weten dat het kan. En als de regelgeving straks meebeweegt, laten we in Maastricht zien dat we onze energieproblemen zelf kunnen oplossen. Daar mogen we trots op zijn.”